Carel Visser

( 1928–2015)

Carel Visser geldt als een van de belangrijkste naoorlogse beeldhouwers van Nederland. Zijn oeuvre, dat 6 decennia aan werk beslaat, laat zich niet vangen in één soort stijl.

Vissers vroegste werk bestaat voornamelijk uit geabstraheerde mens- en dierfiguren, geïnspireerd door modernisten als Giacometti en Brancusi.

In de jaren 50 en 60 begon Visser te werken in een minimale, robuuste beeldtaal, bestaande uit geometrische vormen, soortgelijk aan het werk van beeldhouwers als Donald Judd en Richard Serra.

Vanaf de jaren 70 adopteert Visser een meer speelse, vrije stijl. Hij creëert assemblages bestaande uit objet trouvés zoals autobanden, olievaten en afgedankt ijzer. Natuurlijke materialen deden ook hun intrede in zijn sculpturen: Visser maakt beelden met zand, schapenwol en zelfs struisvogeleieren.

Illustratief voor deze meer speelse inslag die Visser later in zijn carrière nam is ‘Moeder en Kind’ (2001) , een sculptuur gelegen aan de Westersingel in Rotterdam. Het werk is een assemblage waarin het moederfiguur is verbeeld door middel van afgedankte materialen als staaldraden en stukken betonijzer. Voor het kind is juist afgietsel van een babypop gebruikt.

Naast beeldhouwwerken maakte Visser ook collages, houtsneden en tekeningen. In deze kleinere werken echoot hetzelfde gevoel voor compositie en vorm door dat ook zijn sculpturen zo kenmerkt.

Het werk van Visser is opgenomen in collecties als die van het Rijksmuseum, de Tate Modern, het Kröller-Müller Museum en het Museum Boijmans Van Beuningen.

'Stervend paard' (circa 1949), foto Museum Kröller-Müller

'Acht gestapelde balken' (1964), foto Rijksmuseum Twente

'Moeder en kind' (2001)

'Springend' (1982), foto R. Klein Gotink

Voorbeeld van het collagewerk van Visser

×